ISC 2013: All good things come to an end

IJsland, het land van de uitgestrekte landschappen, met hier en daar een gebergte die uit het niets verschijnt. IJsland, het land zonder Mac Donalds, zonder treinen, maar met euroshopper producten, bijna overal de mogelijkheid om te pinnen, maar dan weer niet overal de mogelijkheid tot Wifi.

Dat was het dan weer, 12 dagen in dat prachtige land met geweldige mensen. Slapeloze nachten, mede dankzij de vele bezoeken aan de slaapkamers. Op het ene moment lag je net op één oor, het volgende stonden er 10 Nederlanders aan de rand van je bed met de nieuwste roddels. Schor heb ik me gepraat, m’n ogen uitgekeken, nieuwe dingen opgedaan.

Het raften was geweldig voor velen, maar voor anderen een ramp. Meerdere malen sloeg onze boot om en werden er mensen meegevoerd met de stroming, om vervolgens al rillend weer terug in de boot te stappen. Ook billen-knuffelende rotsen waren van de partij. Tot twee dagen niet kunnen lopen als gevolg, maar voor mij was dat het allemaal waard. Eens, maar nooit meer.

Het was goed dat we het paardrijden een paar dagen eerder hadden gedaan.
De één na laatste dag op het kamp kon je souveniertjes maken; stenen verven, aan elkaar plakken en dan oogjes erbij. En als laatste was er een schitterend gala, waar de leiding de opdrachten die wij eerder in de binnen-zeskamp moesten doen, ook moesten doen. Elk land probeerde als een gek, geblinddoekt bekertjes te vinden en in een ander spel rende ze rondjes om het projectiedoek heen met een watje op hun neus geplakt. Daarna volgden wat optredens van deelnemers met gouden keeltjes en een uurtje later ging het licht uit, de discolampen gingen aan, de DJ draaide leuke plaatjes en iedereen ging uit z’n dak op de gymzaal. Wat het nog leuker maakte waren de paar stijlvol geklede dragqueens die met hun gezwier de hele sfeer omhoog gooiden. De avond werd afgesloten met een ‘duik’ in de overvolle hottubs, alhoewel sommige mensen een nachtje doorgehaald hebben.

De volgende dag was het tijd om afscheid te nemen van de IJslanders. En de wekker stond voor sommigen niet luid genoeg, die schrokken 10 minuten voordat de bus ging met een gil wakker om vervolgens met een noodgang alles in hun koffer te proppen en die vervolgens naar buiten te slepen.

Bij het busstation namen we afscheid van de Fransen en na een praatje in het prachtige hostel (gelegen in een oude koekfabriek) kon iedereen tot 5 uur nog lekker de stad in. Daarna was het tijd om te gaan walvis spotten.

Met een schip voeren we de haven van Reykjavik uit richting een eiland en zagen zowaar wat papagaaiduikers (puffins in het Engels). Helaas geen grote walvissen gezien, maar wel heel veel wit gestreepte dolfijnen. En je mocht zo’n leuk warm, winddicht knalrood pak aan. ‘s Avonds lekkere pizza gegeten met alle Nederlanders en daarna met een groepje uit in een queer bar, waar we de Duitsers, de Finnen en nog een aantal IJslanders zagen.

De volgende dag was het helaas al weer tijd om te gaan, met 2 Wifi bussen werden we naar het vliegveld gebracht, en met een paar uurtjes vliegen waren we weer in Nederland.
Van het koude, twee-dekbedden-IJsland, naar de warmste dag van het jaar in Nederland.
Toen we om 22.00 uur aankwamen op Schiphol was het gelukkig alweer iets afgekoeld, maar was daar toch echt het moment om afscheid te nemen.

Ik heb echt een ontzettend mooie vakantie gehad en ik voel me bevoorrecht dat ik dit allemaal heb mee kunnen maken. Dit had nooit kunnen plaats vinden als we niet zo’n enthousiaste leiding hadden gehad en ik wil ze daarom nogmaals ontzettend bedanken.

Hopelijk volgend jaar in Nederland. 🙂

This entry was posted in Column and tagged , , . Bookmark the permalink.

Reageren