‘Ik voel me man, noch vrouw’

Een aantal jaar terug bracht een kleine, langharige vrouw met een grote bril een bezoek aan het Transgender Filmfestival. De enorme genderdiversiteit die daar vertoond werd zette haar wereld rigoureus op zijn kop. Anno 2013 is het meisje met de jampotglazen getransformeerd in een zelfverzekerde gedaante met een ‘mooie platte borst’, een baardje, een tamme hanenkam en een kut. Een mannenkut. Geen hij en al zeker geen zij, gewoon Jiro.

Gendernoodles
‘Ik ben Jiro en ik woon pas sinds vier à vijf maanden in Amsterdam. Ik kom uit Rotterdam, maar ga wel al heel lang uit in de ondergrondse queerscene en een beetje in de transgenderscene in Amsterdam, dus ik ken het hier aardig goed. Ik ben vier jaar geleden begonnen met hormonen en mijn transitie en ben nu 37.’ Maar de persoon die tegenover mij zit lijkt vele malen jonger dan 37. ‘Transmannen die in transitie gaan zien er vaak lange tijd heel jong uit’, legt Jiro me uit, ‘een effect van de hormonen bij vrouwen die naar man gaan. Dat is mooi meegenomen in de homo-uitgaansscene’.

Jiro is al jarenlang actief als activist in de queer- en transgenderscene. ‘Het is een soort alternatieve broeiplek, een groeibriljant die ik nodig heb ter inspiratie. De meerderheid van de transgenders identificeert zich als hetero en voelt zich dus niet altijd even op haar plek in de bundeling met holebi’s. Er is ook echt een aparte transgendergemeenschap, met eigen conferenties en bijeenkomsten.’ Jiro was jarenlang actief bij Noodles, een voorloper van Transgender Netwerk Nederland. De naam Noodles is bedacht door een groepje van vijf mensen die zich allen ergens in het midden van het genderspectrum bevinden of er zelfs geheel buiten vallen. Dat eerste kerngroepje ging tijden het allereerste Transgender Filmfestival (2001) uit eten in een Aziatisch restaurant en aten daar allemaal een ander soort noedels. ‘Noedels zijn eigenlijk net als gender. Overal ter wereld bestaan noedels: mie, spaghetti, gnocchi, in ontelbaar veel vormen, net als gender.’

Die grote variëteit in het genderspectrum is volgens Jiro nog voor velen onbekend terrein. ‘Wat je in de media ziet, is bijna altijd hetzelfde verhaal: een transpersoon is vier jaar oud, weet “het”, dat hij/zij van het andere geslacht zou moeten zijn, of dat hij/zij in het zogenaamde “verkeerde lichaam” zit en gaat dan in een soort van lineaire ontwikkeling richting een operatie. Eind goed, al goed. Het is een tamelijk simpel en vooral medisch verhaal, geconcentreerd op hormonen en operaties. In de werkelijkheid zie je juist vaak dat transmensen ervoor kiezen om bepaalde dingen niet te doen. Niet iedereen kiest voor hormonen, of laat alles opereren.’

‘Ik denk zelf dat het oude Transgender Filmfestival wel zo’n beetje het belangrijkste emanciperende evenement voor transgenders in Nederland is geweest. Het festival liet die totale diversiteit zien die er bestaat. Zo zijn er veel mensen die geen strakke genderidentiteit hebben, dynamisch zijn, van mannelijkheid naar vrouwelijkheid kunnen switchen of zelfs mensen die helemaal niets hebben met de termen man en vrouw. Dat was voor mij mindblowing. Mijn hersenpan sprong zo’n beetje uit elkaar. Ik had nog nooit in mijn leven transmannen gezien. Ik was gewoon een meisje met lang haar en een grote bril en ik dacht: wat, wat, wat? Wat is dit? Wauw. Het is ook echt ongelofelijk om te zien hoe enorm transmannen kunnen veranderen als ze eenmaal met die hormonen beginnen. Zelf ben ik iemand op het genderspectrum zonder vaste genderidentiteit. Ik zie wel aan anderen dat ze zich man voelen of daar iets in willen veranderen. Cultureel beweeg ik me wel als nicht, omdat mij dat het beste ligt, maar ik voel me geen man. Het is wel een rol waar ik iets mee kan en het is zeker zo dat ik me geen vrouw voel. Ik noem mezelf transman om het voor anderen te versimpelen en ik denk nog steeds weleens dat mensen het aan me kunnen zien. Wanneer mensen ernaar vragen, zeg ik ze mij in ieder geval niet als vrouw te zien, want dat accepteer ik niet.

De man met de kut
Jiro studeerde aan de kunstacademie in Rotterdam en was daar altijd al veel bezig met gender. ‘Ik deed multimediakunsten, met interactieve robotica. Ik maakte installaties van lichaamsdelen, bijvoorbeeld borsten en penissen, waar je in kon knijpen, waarna er ergens een geluidje vandaan kwam of een projectie startte. Ik was heel erg bezig met seksualiteit. Ik dacht toen dat ik biseksueel was en dat ben ik nu eigenlijk ook nog wel, maar ik vind dat een te simpel woord. Ik kan daar nu niks meer mee, omdat het voor mij heel binair klinkt. Vanuit die interesse kwam ik uit bij een kunstwereld waarin gender een belangrijk thema was. Toen begon er toch iets te dagen van: goh, zoals ik mijn gender beleef, dat is helemaal niet standaard. Ik dacht, iedereen voelt zich toch niks, maar dat is dus niet zo. Uiteindelijk ben ik gaan praten met een aantal transgenders, maar wat meer opleverde was naar het filmfestival gaan. Het was voor mij destijds revolutionair om van een transman te horen: “Ik wil geen penis, want ik voel me een man met een kut. Ik heb een mannenkut”. Ik had er nog nooit over nagedacht dat een kut ook mannelijk kan zijn. Dat was een belangrijk moment. Het deed me inzien dat geslachtsdelen niet per se mannelijk of vrouwelijk zijn. Wat voor jou ‘eigen’ voelt, is hetgene dat het beste bij jóú past, ongeacht of allerlei boekjes zeggen dat dat per se mannelijk of vrouwelijk zou moeten zijn.’

Lees voor de rest van het interview het maartnummer van Gay&Night Magazine.

Via gay.nl uit Gay&Night Magazine.
Tekst: Martijn Kamphorst / Beeld: Johan van Walsem – Studio Johan Fotografie

This entry was posted in Nieuws and tagged . Bookmark the permalink.

Reageren