Resistentie tegen hiv-remmers neemt toe in ontwikkelingslanden

Steeds meer mensen in ontwikkelingslanden, vooral in Oost-Afrika, worden geïnfecteerd met een hiv-virus dat resistent is tegen hiv-remmers. Dat blijkt uit de evaluatie van LAASER, een resistentieproject dat in 2006 van start ging. Het Aids Fonds pleit ervoor dat mensen met hiv in arme landen tijdens hun behandeling standaard getest worden op het aantal virusdeeltjes in hun bloed (de viral load). Om resistentie te voorkomen, moet de hoeveelheid virus zo klein mogelijk blijven. Daarnaast moeten artsen net als in het Westen kunnen beschikken over resistentietesten.

Hiv is een zeer veranderlijk virus. Als het zich verandert, kan dat ervoor zorgen dat hiv-remmers er geen vat meer op hebben: ‘resistentie’. Dan moet de patiënt overschakelen naar medicijnen waar het virus nog wel gevoelig voor is. Door goede medische voorzieningen is in Nederland de ontwikkeling van resistent virus één van de laagste van Europa. In 2006 kreeg het Aids Fonds tien miljoen euro van het Ministerie van Buitenlandse zaken om resistentie in Afrika en Azië in kaart te brengen en medisch personeel op te leiden. Daarnaast hebben het Aids Fonds en the American Foundation for AIDS Research elk miljoenen in het programma geïnvesteerd. Dit programma kreeg de naam LAASER (Linking African and Asian Societies for an Enhanced Response to HIV/AIDS).

Het Aids Fonds en haar partners willen dat overheden bij hun hiv-behandelprogramma’s 0,5% tot 1% reserveren voor het monitoren van resistentie en het succes van de behandeling. Het is een relatief kleine investering, waar straks grote besparingen mee kunnen worden gemaakt, zeggen de organisaties. Onnodige medicijnwisselingen worden zo voorkomen. En mocht een wisseling op grond van resistentie nodig zijn, dan zijn artsen er op tijd bij, waardoor de patiënt niet verder ziek wordt en verspreiding van resistent virus wordt voorkomen.

(Bron: Gay.blog.nl)

This entry was posted in Nieuws and tagged . Bookmark the permalink.

Reageren