Onderzoek schat aantal transgenders één op twintig

Hoeveel transgenders zijn er eigenlijk? En hoe staat de rest van de bevolking tegenover deze groep? Een nieuwe Nederlandse studie die recent werd gepubliceerd in het tijdschrift voor Seksuologie ging op zoek naar antwoorden op die vragen. Ze ontdekte dat de Transgendergroep echt niet klein is, maar wellicht wel vaak met negatieve reacties te maken krijgt.

Een op twintig past niet helemaal in het vakje
Wat is een transgender, moet je je eerst afvragen wanneer je koppen wil gaan tellen. Voor de studie hanteerden de onderzoekers de definitie “personen voor wie het geboortegeslacht, de genderidentiteit en de genderexpressie niet overeenkomen.”
Ze vroegen binnen een grotere onderzoek naar “Seksuele gezondheid in Nederland” naar geboortegeslacht, over genderidentiteit, genderdysfore gevoelens en medische behandelwens. Dit leverde een schat aan cijfers op.

Zo ontdekte de studie dat 5.7% van de mannen en 4.0% van de vrouwen in Nederland zichzelf niet eenduidig man of vrouw voelt. Daarvan zei 4.6% van de mannen en 3.2% van de vrouwen dat ze zich evenveel of iets meer vrouw resp. man voelden, terwijl 1.1% van de mannen en 0.8% van de vrouwen aangaven toch beduidend meer aan te leunen bij het andere gender. Voor deze groep passen de M/V-vakjes niet als gegoten.

Een kleinere groep zegt ook ontevreden te zijn met dat mannen- of vrouwenlichaam, en wil ook hormonen en/of een operatie om dat wat bij te sturen. We hebben het dan over een groep tussen de 0.4 en de 0.8% van de mannen en 0.1 en 0.3% van de vrouwen. Dat niet iedereen die zich niet honderd procent man voelt, ook een hekel heeft aan zijn lichaam of dat lichaam wil aanpassen, is hiermee nogmaals aangetoond. Je kunt perfect transgender zijn zonder je genderdysfoor te voelen of bij een medisch team aan te kloppen. Meer nog, de cijfers toonden ook dat je een hekel kunt hebben aan je lichaam zonder een aanpassing te willen, of omgekeerd.

Het halfvolle of halflege glas
De studie vroeg ook naar de houding van de Nederlandse bevolking ten aanzien van transgenders, maar vond het achteraf moeilijk om er kwalificerende uitspraken over te doen. “Uitspraken over ‘veel’ of ‘weinig’ sociale acceptatie betreffen het dilemma van het halfvolle of halflege glas”, schrijft onderzoekster Lisette Kuyper in haar rapport.
Toch geeft ze wat opvallende cijfers mee. Zo blijkt ongeveer een op de vijf Nederlands niet te willen omgaan met mensen waarvan niet duidelijk is of ze mannen of vrouwen zijn. Die vinden dan ook dat er iets mis is met mensen die zich niet tot het man- of het vrouwvakje kunnen herleiden. Transgenders botsen dus ongetwijfeld zeer regelmatig op afkeurende blikken.

Wanneer het over de kleinere groep transgenders gaat die een operatie willen – de groep die we traditioneel de transseksuelen noemen – blijkt meer dan de helft van de Nederlanders daar wel te kunnen in meegaan, al vindt bijna de helft van de mannen dat die dan maar uit eigen zak moeten betalen.

Een op de tien Nederlanders zou overigens ook de vriendschap verbreken, als zou blijken dat die vriend zijn of haar lichaam wil laten aanpassen. In het halfvolle glas klinkt dit dan dat zowat 90% van de mannen en meer dan 95% van de vrouwen de vriendschap in stand zouden houden.

Korrel zout
De onderzoekster relativeert zelf enkele van haar resultaten. Naar haar smaak waren de vragen te beperkt en te simpel om “de complexe, vaak multi-dimensionale en multi-categoriale identiteit van gendervariante individuen te kunnen vaststellen”. Een tweede bedenking slaat op de term ‘transgender’. De studie onderzocht niet hoe de mensen zichzelf definieerden, en zou best kunnen dat een groot deel van deze groep zich helemaal niet als transgender zou benoemen. Zoals de onderzoekster zelf schrijft: als je enkel die mensen telt die zich aanmelden voor hulpverlening, zie je slechts het topje van de ijsberg. Breid je het echter uit tot elk ambivalent gevoel, dan meet je niet alleen de hele ijsberg, maar ook het hele poolgebied erbij.

En stelde ze al eerder dat het moeilijk is om uitspraken te doen over de sociale acceptatie, toch merkt ze op dat de overheid op basis van deze cijfers toch wel een tandje bij mag steken. Het gaat immers om een grotere groep dan voordien ingeschat, en die groep kan overduidelijk niet zomaar rekenen op sociale aanvaarding.Hopelijk lezen ook de Belgische beleidsvoerders mee, en besluiten ze nog effectiever werk te maken van het beloofde transgenderbeleid.

Transgenders in Nederland: prevalentie en attitudes – Lisette Kuyper

(Bron: Zizo-magazine.be)

This entry was posted in Nieuws and tagged , . Bookmark the permalink.

Reageren