Lesbische vrouwen betere opvoeders dan hetero’s

Tieners die opgroeien in geplande lesbische gezinnen vertonen een gezonde psychologische ontwikkeling en hebben minder gedragsproblemen dan hun leeftijdsgenoten die opgroeien in heteroseksuele families. Dit blijkt uit onderzoek dat is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Pediatrics van de American Academy of Pediatrics. Het onderzoek is uitgevoerd door dr. Nanette Gartrell van het Williams Institute van UCLA School of Law en dr. Henny Bos, wetenschappelijk onderzoeker aan de UVA.

Het onderzoek is onderdeel van de U.S. National Longitudinal Lesbian Family Study (NLLFS), het langstlopende onderzoek naar lesbische gezinnen in de Verenigde Staten. De gezinnen worden gevolgd sinds het moment dat de kinderen verwekt werden (door donorinseminatie). De kinderen zijn inmiddels gemiddeld zeventien jaar oud. De moeders van de in totaal 78 jongens en meisjes beantwoordden vragen in interviews en vulden vragenlijsten in over onder meer sociale vaardigheden, schoolprestaties en gedragingen van hun kinderen. Ook de jongeren zelf vulden vragenlijsten in. Vergeleken met een controlegroep, bestaande uit leeftijdsgenoten met heteroseksuele ouders, scoren de kinderen in lesbische gezinnen significant hoger in hun sociale, academische en algemene competenties, en significant lager wat betreft agressief gedrag, het overtreden van regels en het uiten van probleemgedrag.

De uitkomsten van het onderzoek kunnen volgens Bos en Gartrell mogelijk deels worden verklaard door de grote betrokkenheid van lesbische moeders – al voor de geboorte van hun kinderen – in het proces van ouderschap en opvoeding. Het feit dat de tieners minder probleemgedrag vertonen zou verklaard kunnen worden door de opvoedstijl die lesbische ouders hanteren. Zo trekken zij bijvoorbeeld vaker verbaal grenzen voor hun kinderen en gebruiken zij minder vaak fysieke straf dan de ouders in de heteroseksuele controlegroep.

Henny Bos voert in Nederland een naar de NLLFS gemodelleerde longitudinale studie uit onder lesbische gezinnen. Op het moment dat deze kinderen tussen de 4 en 8 jaar oud waren, vond Bos in hun psychosociaal welbevinden geen verschillen ten opzichte van kinderen die opgroeiden in een traditioneel gezin met een vader en een moeder. Dit bleek ook toen dezelfde kinderen tussen de 8 en 12 jaar oud waren. In september 2010 start Bos met de derde meting. De kinderen in de cohortgroep van lesbische gezinnen zijn dan vijftien jaar oud.

(Bron: lesbisch.nl/gk.nl)

This entry was posted in Nieuws and tagged , , , . Bookmark the permalink.

Reageren