Herexamens

Een vreemde titel voor een column zullen jullie wel denken, herexamens. Wat heeft dat nu te maken met outway of columns in het algemeen. Ik dacht laat ik eens een persoonlijker tintje toevoegen binnen deze columns en een stukje werkelijkheid introduceren. Een duister stukje vervelende rottige *no bitter feelings here* werkelijkheid. Want dames en heren, geloof het of niet, ik heb mij zelf moeten laven aan de bittere noodzakelijkheid die herexamens heet.

Ik was helaas niet door voor al mijn vakken en heb zodoende een werkvakantie gehad zoals ze dat noemen. Een “ge moogt rustig eventjes een pauzeke pakken als ge dan maar vroeg genoeg terug herbegint” zoals mijn docenten mij met bemoedigende glimlach probeerden gerust te stellen.

Nadat ik de herbeginzin had vertaald vanuit belgisch naar standaard Nederlands ben ik begonnen met studeren nou ja, vol goede moed, na eerst een maandje genoten te hebben van het uitslaap-privilege dat vakantie heet.

Nu studeer ik voor docent muziek en pk. PK is een afkorting wat voor Project Kunstvakken staat. Een soort CKV op zen belgisch.  Voor PK was ik er op alles door, voor enkele pedagogische bijvakken niet en voor de 2e vakstudie van muziek ook niet helemaal.  We zijn onder andere verplicht om blokfluit te volgen. Nu zullen jullie misschien denken dat blazen een specialiteit van mij is, en enigszins arrogant ging ik er ook van uit dat het een eitje zou zijn om dit instrument te beheersen. NIET DUS . je moet als gek je vingers breken op die 20 cm hout onder je vingers. Na 20 min. Oefenen zie je eruit als of je reuma hebt zo vreemd zijn de hoeken waarop je dat instrument moet houden. Nu mag je ook nooit te hard blazen op die dingen of de toon is “verpest” en de gaatjes moeten precies gedicht worden. *blablablabla*. Dus heb ik ongeveer 3 weken lang de rattenvanger van hamelen nagespeeld zowel thuis als op mijn “kot”.  Ook was ik niet door op vocalises. Vocalises zijn oefeningen die je moet zingen met begeleiding. Maar dan wel op notennamen, en niet onze Nederlandse notennamen, nee nee nee, die moet je zingen op do-re-mi. Er zijn er 16 die je moet kennen waarvan de één een nog grotere tongbreker is dan de andere maar je hoeft er uiteindelijk maar eentje te doen. Welke weet je uiteraard nooit van te voren.

Je krijgt op de dag van examen een grote zak voorgehouden als of er snoep in zit, daar trek je dan één kaartje uit waarop het nummer van de vocalise staat die je moet zingen. Voorbereidingstijd heb je dan niet meer echt, je wordt direct richting piano geduwd en mag beginnen met je vocale kunstjes. Natuurlijk trok ik het nummer waar ik het minste mee op had en met bange moed begon ik te zingen. Hierna volgde het verplichte voorzingwerk wat je twee dagen op voorhand mocht inzien en na vijf bange minuten die aanvoelden als een uur, kun je dan zwetend en wel vertrekken naar je volgende examen.

Twee van zulke weken heb ik moeten overleven en gezien het feit dat ik typ mag je stellen dat ik het overleefd heb. En toen begon het beste gedeelte van de herexamens, namelijk het afwachten van de score. Die heb ik inmiddels binnen. Zes van de negen vakken die ik moest herpakken heb ik gehaald. Geen slechte score en ik ben er dan ook tevreden over. En begin met frisse tegenzin en lichte moed aan het tweede jaar met enkele vakken die ik overnieuw “mag” doen.

Lang leve het schoolsysteem,

Ruud.

This entry was posted in Column and tagged , . Bookmark the permalink.