De kast

Laten we het eens hebben over “de kast”. “De kast” “Onze Kast”  dat geweldige, achterhaalde, overbodige symbool van een vaak niet bestaande metamorfose.
Je kunt ook altijd ,zo schijnt het, enkel een kast uitkomen. Er is nooit iemand die een kast ingaat. Toegegeven sommigen zitten er een tijdje in, maar er is nooit iemand die erin loopt. Hoe je in de kast belandt, is een groot mysterie maar de geleerden zijn het erover eens dat je eruit moet komen.

Wat is de kast nu eigenlijk helemaal? Een veilige plek waarin anders-seksuelen *als verzamelterm* zich gelijk een vampier af en toe in terugtrekken als het ze teveel wordt? Een seksueel speelplein, een soort darkroom maar dan in het geniep?

De kast is niet meer dan een constructie die mensen verplicht te koop te lopen met hun geaardheid. Zonder die hele kast zou het labeldenken een stuk minder gestructureerd aangepakt zijn.

Ik zal een concreet voorbeeld geven:  een paar dagen geleden zat ik te praten met een hetero klasgenoot van me en ik vroeg hem of hij niet misschien nog een paar leuke jongens kende. We raakten erover aan de babbel en ik zei dat het soms wel lastig was om te zien wie al dan niet hetero/homo/bi is *for the record, we zitten hier in België*.  Waarop zijn reactie was  ‘Ach ja, misschien is het dan ook wel tijd dat je eens uit de kast komt’.

Alsof het feit dat ik niet een T-shirt draag met,  BI IN DAH HOOD of MENSEN NIET BUKKEN BI IN DE BUURT, betekent dat ik ook niet uit de kast zou zijn.

Waar komt toch die bijna idiote drang vandaan om constant toch je maar te moeten laten gelden, excuseren of verifiëren. Ik heb nog nooit een hetero horen zeggen, hoi ik ben jan-peter en ik ben hetero, of heej ik ben Suzanne en ik val op mannen. Ik heb ook nog nooit binnen een gezelschap gemerkt dat als er een nieuw persoon binnen de groep is, en die gaat even weg, dat ze dan zeggen “heeej, weet je dat al, die gast is hetero…”.

Geaardheid is nooit een ‘defining trait’ van een karakter. Je geaardheid vormt je niet als mens. Je karakter doet dat, je omgeving, je krachten en zwakten.  Ik ben ook niet “trots” op mijn geaardheid. Ik ben er blij mee, ik voel me er goed bij en ik schaam me er zeker niet voor. Maar trots reserveer ik voor andere zaken, voor zaken waar ik echt persoonlijk een invloed op heb gehad, voor zaken waarvoor ik gewerkt heb en wat een tastbaar resultaat heeft opgebracht.

Ik heb die hele kast niet nodig om te zijn wie of wat ik ben, en ik denk vele anderen met mij ook niet. Laten we een paar afspraken maken. Als er een kast is waar je als ander-seksueel geaarde uit kunt komen. Dan is er ook zeker een kast waar heteroseksuelen regelmatig ingaan en nooit uit komen. Laten we het hokjesdenken eindelijk eens omzeilen en naar mensen kijken om hun menselijke kwaliteiten en niet om wat ze met wie in de slaapkamer uitspoken.

Deze wijze woorden gesproken hebbende, ga ik even lekker naar de Ikea, een nieuwe kast uitzoeken. De Benny ben ik wel op uitgekeken, ik heb zin in een lekkere Bjorn of misschien wel de Sven en als ik heel gek ben de Billy wel, die klinkt zo kinky.

Ruud

This entry was posted in Column and tagged , . Bookmark the permalink.

Reageren